De kunst van het herschrijven
Schrijven is schrappen. Het is een uitdrukking die iedere schrijver kent.
Maar zoals ik al vaker heb gezegd, op een lege pagina valt niets te schrappen. Die eerste versie van wat je ook maakt, daar begint het mee. Deze hoeft niet prettig leesbaar te zijn, niet goed geschreven. Een eerste versie moet simpelweg in grote lijnen het verhaal vertellen dat jij te vertellen hebt. En dat is al lastig genoeg.
Wanneer je dan eenmaal die eerste versie geschreven hebt, dan begint het grote herschrijven. En denk nu niet dat het meeste werk erop zit en dat je met het verplaatsen van een komma hier of daar, er wel bent. Nee, echt grondig herschrijven kan zomaar net zo lang duren als het schrijven van je eerste versie. Of misschien zelfs langer.
Want herschrijven gaat niet over een beetje bijschaven, een woordje hier, een extra zin daar. Ik heb het over het echte ingrijpen. Scènes slopen. Personages schrappen. Stukken tekst weggooien waar je lang aan hebt gewerkt.
Dat is niet makkelijk. Maar er zijn gelukkig wel wat tips over te geven.
Leg het weg.
Stel jezelf deze gemene vragen
Durf te snijden
Structuur onder de loep
Het went (een beetje)
Leg het weg
Het meest onderschatte advies over herschrijven is ook het simpelste: leg je tekst weg. Niet een avondje, niet een nachtje, maar minstens twee weken.
En liever nóg langer.
Ga wandelen, ga sporten, ga breien (als dat je ding is), of werk een poosje aan een ander schrijfproject.
Dat voelt als stilstand, zeker als je net lekker in je flow zat. Maar er gebeurt iets in die weken dat je nodig hebt: je vergeet je eigen tekst een beetje. En pas dán kun je zien wat er echt staat, in plaats van wat je bedoelde te schrijven. Dat is een groot verschil.
Zolang de tekst nog helemaal vers in je hoofd zit, lees je er namelijk overheen. Je brein vult automatisch - zonder dat je dit doorhebt - aan wat er ontbreekt, strijkt glad wat eigenlijk schuurt.
Na een aantal weken afstand van je tekst, struikel je ineens over de zin die je in drie varianten herhaalt, of over het personage dat zich in hoofdstuk vier ineens heel anders gedraagt dan in hoofdstuk twee. Dat soort dingen zie je gewoon echt niet als je er middenin zit.
Structuur onder de loep
Herschrijven gaat niet alleen over zinnen en scènes, maar juist ook over de grote lijn. Begin hiermee. Want als je tot de conclusie komt dat bijvoorbeeld je opbouw niet goed is en je wilt gaan schuiven met je hoofdstukken, dan is de kans groot dat dit ook op scène-niveau gevolgen gaat hebben. Het zou zonde zijn als je net allerlei scènes herschreven hebt en je weer opnieuw kunt beginnen.
Stel jezelf de volgende vragen: Klopt de opbouw nog? Zit de spanning waar die moet zitten, of zakt het verhaal in het midden weg? Komt informatie op het juiste moment, oftewel: niet zo vroeg dat de lezer het alweer vergeten is als het ertoe doet, en niet zo laat dat het nergens meer landt?
Een handige oefening hiervoor: Print je tekst uit en schrijf boven elk hoofdstuk of elke scène in één zin op wat daar gebeurt (dit kan ook digitaal, maar papier geeft soms net wat meer overzicht). Lukt dat niet in één zin, dan doet de scène waarschijnlijk te veel. En als twee scènes (min of meer) dezelfde samenvatting krijgen, moet misschien een van beide sneuvelen.
Stel jezelf deze gemene vragen
Wanneer je hebt vastgesteld dat de structuur van je verhaal goed in elkaar zit, is het tijd om te gaan kijken naar de hoofdstukken, scènes, personages, etc.
Bij het herlezen helpt het om jezelf steeds een paar dingen af te vragen.
De eerste vraag, en dat is gelijk ook de gemeenste: Staat deze scène hier omdat het verhaal hem nodig heeft, of omdat jíj hem wilde schrijven? Omdat je een leuk idee had dat je graag wilde uitwerken.
Een passage kan namelijk prachtig zijn en toch niets toevoegen. Soms is een scène er alleen omdat je het onderwerp fascinerend vindt, of omdat je er lang aan hebt gewerkt en het zonde voelt om hem te schrappen. Maar een goede tekst is natuurlijk geen verzameling mooi geschreven, maar los van elkaar levende stukken. Alles wat niet bijdraagt aan het geheel, verzwakt het.
En ja, dit geldt ook voor personages die geen wezenlijke rol vervullen in het verhaal. Hoeveel je misschien ook van hen bent gaan houden.
De tweede vraag: Begrijpt een lezer dit misschien ook zonder toelichting? De neiging om uit te leggen is vaak hardnekkig. Jij weet precies wat je bedoelt, en je wilt er zeker van zijn dat de lezer het ook snapt. Maar die extra zin waarin je uitlegt wat je net hebt laten zien - die maakt het zwakker, niet sterker.
Kortom, vertrouw op je lezer.
Durf te snijden
Zwakke plekken herkennen is lang niet altijd moeilijk. Dat lukt de meeste schrijvers prima, zeker na een paar weken afstand. Het lastige is het ook echt weghalen ervan. Want die passage die niet werkt, die heb je wél geschreven. Je hebt er uren in gestoken, misschien dagen. Zonde!
Maar een tekst wordt bijna altijd beter van minder. Wat helpt: bewaar geschrapte stukken in een apart document. Je gebruikt ze misschien nooit meer, maar het idee dat ze ergens bestaan maakt het snijden net iets makkelijker.
Ik heb van elk van mijn boeken een aparte map getiteld: ‘reserve’. Alsof het om wisselspelers gaat, die je op elk moment kunt inzetten. In dit boek, of misschien pas in een volgend boek. Het doet er ook eigenlijk niet toe. Passages of personages verplaatsen naar de reservebank doet toch echt een stuk minder pijn dan de prullenmand.
Let bij het herschrijven vooral op bijfiguren en zijpaden. Personages waar je als schrijver dol op bent maar die niets doen voor het verhaal, scènes die het tempo vertragen zonder iets toe te voegen - daar zit vaak de meeste weerstand. Juist omdat je eraan gehecht bent. Wees daar dus het strengst voor jezelf.
Het went (een beetje)
Herschrijven voelt in het begin vooral als slopen. Diep van binnen weet je zeker dat een scène of personage eruit moet, maar het doet pijn. Je probeert je ertegen te verzetten, gaat misschien wel redenen verzinnen om er toch aan vast te houden.
Bezwijk niet voor je eigen gelegenheidsargumenten. Als je weet dat er een darling gekild moet worden, doe dat dan gewoon. Weet je het niet helemaal zeker, vraag dan gerust iemand om hulp. Maar laat hem niet staan met de gedachte: hij kan er altijd later nog uit. Hoe meer herschrijfrondes een passage overleeft, hoe moeilijker het wordt om deze te schrappen.
En de kans bestaat dat je hem nooit zult schrappen. En dat hij je verhaal blijft verzwakken. Hoe mooi de scène op zichzelf ook is, het is het niet waard.
Herschrijven doet een beetje pijn en zo hoort het ook.
Maar wees gerust: het went.
Je gaat merken dat de tekst er beter van wordt. Steeds weer. En na een tijdje durf je hier meer en meer op te vertrouwen.
Vrijwel iedere gepubliceerde schrijver heeft prachtscènes geschreven die gedoemd zijn voor eeuwig op de reservebank te zitten. Je kunt zeggen: zonde. Maar je kunt evengoed zeggen dat zij hun taak hebben gedaan; door hun vertrek is het verhaal sterker geworden.



