Wat je personages niet zeggen
Twee zussen zitten tegenover elkaar aan de keukentafel. De een vraagt: ‘Wil je nog koffie?’ De ander aarzelt even, zegt dan: ‘Nee.’
Einde gesprek.
Niet bepaald boeiend, toch?
Maar wat als we weten dat deze zussen al drie jaar geen contact hebben gehad? Dat ze elkaar voor het eerst zien sinds de begrafenis van hun moeder? Dat de vraag over koffie eigenlijk een manier is om te zeggen: Ik wil het goedmaken, maar ik weet niet hoe. En dat het antwoord eigenlijk betekent: Ik ben er nog niet klaar voor.
Dát is subtekst. En het is belangrijk gereedschap voor een schrijver.
Mensen zeggen zelden wat ze bedoelen
De ijsberg
Conflict zonder schreeuwen
Hoe schrijf je het?
Oefenen in het dagelijks leven
Mensen zeggen zelden wat ze bedoelen
In het echte leven zijn we voortdurend bezig om de werkelijke betekenis achter woorden te ontcijferen. Als je partner zegt dat het ‘prima’ is dat je weer moet overwerken, hoor je aan de toon dat het helemaal niet prima is. Als een collega met een uitgestreken gezicht zegt dat je presentatie ‘interessant’ was, weet je misschien niet goed hoe hij dit bedoelt.
We communiceren in lagen. Er is: 1. Wat we zeggen, en 2: Wat we eigenlijk bedoelen. Soms zijn die twee hetzelfde, maar vaak niet. We houden dingen achter uit beleefdheid, uit angst, uit schaamte, of simpelweg omdat we zelf nog niet precies weten wat we voelen.
In fictie werkt dit precies zo. Sterker nog: het moet zo werken, wil je personages neerzetten die levensecht aanvoelen. Personages die altijd precies zeggen wat ze denken en voelen, zijn niet alleen onrealistisch, maar ook nog eens saai. Er valt dan namelijk niets te ontdekken voor de lezer.
(Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, zoals de boeken die geschreven zijn vanuit het perspectief van iemand die een Rainman-achtige vorm van autisme heeft. Dan is het juist tekenend en veelzeggend dat de hoofdpersoon precies zegt wat hij denkt of voelt, zonder sociaal filter toe te passen. Maar heeft jouw hoofdpersoon geen autisme, zorg er dan voor dat zij juist níét altijd precies zegt wat zij bedoelt.)

De ijsberg
Hemingway vergeleek goede fictie met een ijsberg: zeven achtste ligt onder water, onzichtbaar, maar je voelt dat het er is. Dat onzichtbare deel geeft gewicht aan wat je wél ziet.
Dit betekent niet dat je informatie moet achterhouden om de lezer te frustreren. Het betekent dat je je lezer vertrouwt. Lezers zijn goed in het lezen tussen de regels. Ze pikken signalen op, trekken conclusies, en krijgen het prettige gevoel dat ze iets ontdekken. Leg je alles expliciet uit, dan ontneem je ze dat plezier.
Neem een scène waarin een man zijn vrouw vertelt dat hij ontslagen is. Hij kan thuiskomen en onomwonden zeggen: ‘Ik ben mijn baan kwijt en ik schaam me kapot en ik ben bang dat je me nu een mislukkeling vindt.’
Tja, de informatie is overgebracht.
Maar het is veel krachtiger als hij binnenkomt, langzaam zijn jas uittrekt, net iets te lang met zijn rug naar zijn vrouw toe blijft staan, dan zich aarzelend omdraait en met een zucht zegt: ‘Ze moesten bezuinigen.’
De lezer zal ook nu snappen dat de man het er moeilijk mee heeft. Dat hij zich schaamt. Zonder dat het er letterlijk staat. Vertrouw op je lezer.
Conflict zonder schreeuwen
Subtekst is bijzonder effectief in conflictscènes. In het echte leven zeggen (of: schreeuwen) mensen zelden wat ze werkelijk dwars zit. Ze maken opmerkingen over de afwas terwijl ze eigenlijk boos zijn omdat ze zich niet gehoord voelen.
Ze zeggen: ‘Ga dan maar! Het kan me niet schelen.’ Terwijl ze bedoelen: Ik heb je nodig.
Een ruzie over iets kleins en onbenulligs kan veel spannender zijn dan een uitbarsting waarin alle grieven op tafel komen. Juist omdat de échte kwestie onder de oppervlakte blijft. Waar het borrelt en gist, totdat de bom barst.
En soms komt dat moment niet. Soms blijft de spanning onuitgesproken, en dat kan net zo krachtig zijn. Niet elk conflict hoeft te eindigen met een grote confrontatie. Sommige mensen leven jarenlang met onuitgesproken pijn. Ook dat is een verhaal.
Hoe schrijf je het?
Subtekst vraagt om een goed begrip van je personages. Je moet weten wat ze voelen en willen, ook als ze dat zelf niet uitspreken. Welke onderwerpen liggen gevoelig? Welke herinneringen doen pijn? Wat willen ze het liefst verborgen houden?
Een paar concrete dingen om op te letten:
Wat doen je personages terwijl ze praten? Iemand die zenuwachtig is, friemelt met een servet. Iemand die liegt, antwoordt net iets te gedetailleerd. Iemand die verdrietig is, begint opeens druk op te ruimen. Deze kleine handelingen vertellen de lezer iets wat de woorden niet vertellen.
Wat zeggen je personages níét? Als iemand een vraag ontwijkt, van onderwerp verandert, of een grapje maakt waar een serieus antwoord passender zou zijn, voelt de lezer dat er iets speelt. Je hoeft niet te vertellen wát; het feit dát er iets is, is al genoeg.
Waar kun je schrappen? Die zin waarin je personage vertelt dat ze boos is, heb je die echt nodig? De lezer heeft het misschien al begrepen uit de manier waarop ze de deur dichttrok. Die innerlijke monoloog over gevoelens voor de beste vriend? Misschien is het genoeg om te laten zien dat hij net iets te lang naar hem kijkt als die vriend niet oplet.
Beginnende schrijvers zijn vaak bang dat de lezer het niet begrijpt als ze niet alles uitleggen. Maar wees gerust: je kunt op je lezer vertrouwen.
Lezers zijn namelijk ook mensen. Zij oefenen dus - net als jij en ik - al hun leven lang in het ontcijferen van subtekst, elke dag weer, in elke sociale interactie.
Geef je lezer de ruimte om zelf conclusies te trekken, en hij voelt zich veel meer betrokken dan wanneer alles voorgekauwd wordt.
Oefenen in het dagelijks leven
Een goede manier om gevoel te krijgen voor subtekst is door er om je heen op te letten. In de trein, op verjaardagsfeestjes, bij de kassa. Wees alert op die momenten dat mensen iets anders bedoelen dan wat ze zeggen. En let op hoe je dat merkt. Aan hun toon, hun lichaamshouding, de context?
Let ook op jezelf. Wanneer zeg jij iets anders dan wat je eigenlijk bedoelt? Waarom? Wat zou er gebeuren als je wél zou zeggen wat je voelt?
Die vragen helpen je om personages te creëren die aanvoelen als echte mensen, met al hun tegenstrijdigheden en verborgen lagen.
Wil je meer lezen over het creëren van personages? Dat kan bijvoorbeeld hier >, hier > en hier >
Kijk je liever een video over het onderwerp? Die vind je hier >


