Overzicht houden (om niet gek te worden)
Al maanden of misschien zelfs jaren werk je aan je manuscript, en dan gebeurt het: Je schrijft een scène waarin je hoofdpersoon voor het eerst de stad binnenrijdt, en ineens herinner je je vaag dat ze in hoofdstuk vier ook al in diezelfde stad was.
Toch? Of was dat hoofdstuk zes? Of heb je hier destijds alleen over nagedacht, maar er uiteindelijk voor gekozen de scène op een andere manier te schrijven? Je weet het echt niet meer. Je scrolt terug en raakt verdwaald in je eigen manuscript.
Of je schrijft aan een non-fictieboek en je vingers typen: zoals hiervoor ook al uitgelegd… Maar wacht, denk je: heb ik dat inderdaad al uitgelegd? En zo ja, waar dan? Je wilt het checken, maar hebt geen idee meer waar het zou kunnen staan.
Het is een van de grootste uitdagingen van het werken aan een groter schrijfproject, of het nu een roman is, een biografie, een praktisch handboek of verhalende non-fictie: het overzicht bewaren.
Waarom het zo lastig is
Een boek schrijven duurt lang. Maanden, soms jaren. In die tijd verandert er van alles. Bij een roman ontwikkelen je personages zich, komen er verhaallijnen bij of vallen er af, krijg je nieuwe ideeën die je er toch echt in wilt verwerken. Bij non-fictie verschuift je inzicht in het onderwerp naarmate je verder onderzoek doet, voeg je hoofdstukken toe die je aanvankelijk niet had gepland, en merk je dat je argumentatie inmiddels een andere kant op gaat dan je oorspronkelijk voor ogen had.
Ondertussen vergeet je langzaam maar zeker wat je in hoofdstuk drie ook alweer had geschreven.
Daar komt bij dat je tijdens het schrijven van een eerste versie niet altijd op volgorde werkt. Misschien schrijf je eerst de delen waar je zin in hebt of inspiratie voor hebt, en vul je de gaten later op. Of je bedenkt halverwege dat er eerder in het boek iets moet staan om een later hoofdstuk te laten werken. Voor je het weet is je manuscript een lappendeken van fragmenten, en ben jij de enige die weet hoe het in elkaar zou moeten zitten - als je het al weet.
Kortom, een systeem om overzicht te houden is beslist geen overbodige luxe.
Wat wil je eigenlijk bijhouden?
Maar voordat je een systeem kiest, is het handig om te bedenken wat je precies wilt bijhouden. Dat verschilt nogal per type boek.
Bij een roman komt het meestal neer op een combinatie van de volgorde van scènes en hoofdstukken, de inhoud per scène (waar speelt het, wie zijn erbij, wat gebeurt er, en wat is het doel van de scène), de verschillende verhaallijnen en subplots, de tijdlijn van je verhaal, en de details over personages en settings. Welke kleur ogen heeft je hoofdpersoon? Hoe heet de straat waar ze woont? In welk hoofdstuk noemde je dat voor het eerst? Dit soort details vergeet je sneller dan je denkt, en inconsistenties vallen lezers op.
Bij non-fictie liggen de aandachtspunten anders. Hier draait het vooral om de opbouw van je betoog of verhaal: welke informatie heb je waar geïntroduceerd? Bouw je je uitleg logisch op, of verwijs je naar begrippen die je pas later toelicht? Herhaal je jezelf, of laat je juist gaten vallen in je redenering? Daarnaast wil je bijhouden welke bronnen je waar hebt gebruikt, welke voorbeelden en anekdotes je al hebt ingezet, en of de balans tussen theorie en praktijk door het hele boek heen klopt.
Wat je hoe dan ook wilt, is op elk moment kunnen zien hoe je boek als geheel in elkaar steekt, zonder het hele manuscript te moeten herlezen.
Methodes die werken
Er is niet één juiste manier om overzicht te houden. Het hangt af van hoe jouw hoofd werkt, hoe complex je boek is, en of je liever met papier of digitaal werkt. Hier zijn een paar opties.
1. Een overzichtsdocument
De eenvoudigste methode is een los document of opschrijfboekje waarin je per hoofdstuk een paar regels schrijft over wat erin staat. Geen volledige samenvatting, maar genoeg om je geheugen op te frissen. Bij een roman noteer je de belangrijkste gebeurtenissen en welke verhaallijnen aan bod komen. Bij non-fictie noteer je de kernboodschap van elk hoofdstuk, welke begrippen je introduceert en welke bronnen of voorbeelden je gebruikt. Werk dit bij terwijl je schrijft, en je hebt altijd een overzicht bij de hand. Het kost even moeite om de discipline op te brengen, maar het bespaart je later veel zoekwerk.
2. Plakbriefjes of indexkaarten
Schrijf op elk briefje één scène of één onderdeel: een titel of korte beschrijving, het hoofdstuk waar het in hoort, en de belangrijkste elementen. Plak ze op een muur of prikbord in de volgorde van je boek. Het voordeel is dat je letterlijk kunt zien hoe je boek in elkaar zit. Je ziet meteen waar er een gat valt of waar de balans zoek is. En iets verplaatsen is zo simpel als een briefje oppakken en ergens anders prikken. Deze methode werkt verrassend goed voor non-fictie: je ziet in één oogopslag of je opbouw logisch is en of je niet te lang bij één deelonderwerp blijft hangen.
3. Schrijfsoftware
Als je liever digitaal werkt, zijn er programma’s die speciaal voor schrijvers zijn ontworpen. Scrivener is waarschijnlijk de bekendste: je kunt je manuscript opdelen in losse stukken die je naar hartenlust kunt herschikken, en je kunt allerlei notities en metadata aan elk onderdeel koppelen. Het heeft best wel even een leercurve, maar veel schrijvers zweren erbij.
4. Een spreadsheet
Ik heb me laten vertellen dat ook een spreadsheet handig kan zijn. Maak kolommen voor hoofdstuknummer, titel, locatie of onderwerp, personages of bronnen, en een korte samenvatting. Zo kun je filteren en sorteren tot je precies ziet wat je zoekt. Voor non-fictie kun je hier ook kolommen toevoegen voor het type inhoud (theorie, voorbeeld, oefening, interview) zodat je kunt controleren of er voldoende afwisseling in zit.
Hoe ik het overzicht houd
Zelf werk ik het liefst op papier. Ik houd het overzicht door aantekeningen in een Moleskine. Voor elk boek dat ik schrijf, koop ik zo’n boekje. Hierin maak ik naast losse aantekeningen ook tijdlijnen (om te zorgen dat leeftijden van personages kloppen en dat gebeurtenissen kloppen in de tijd) en plak ik gekleurde briefjes (bijvoorbeeld om de balans te bewaken tussen de verschillende perspectieven).


Ik schrijf mijn boeken het liefst ‘gewoon’ in Word. Hier heb ik alle functionaliteiten die ik nodig heb, op een voor mij overzichtelijke en begrijpelijke manier. Ik heb een tijdje Scrivener gebruikt en ik kan volmondig zeggen: het werkt. Het heeft volgens mij alles wat je als schrijver nodig hebt. Toch ben ik al snel weer overgestapt naar Word. Maar dit is puur een kwestie van persoonlijke voorkeur.
Hoewel het me nuttig lijkt om spreadsheets te maken, is Excel niets voor mij. Ik ben er gewoon echt niet handig in. (En eerlijk gezegd wil ik het ook gewoon echt niet leren…)
Ik zou zeggen: probeer de verschillende methodes eens uit en kies wat bij jou past. Welke methode je ook kiest, het belangrijkste is dat je hem daadwerkelijk gebruikt en blijft gebruiken, ook als je even geen zin hebt. Het mooiste systeem ter wereld helpt niet als je het na drie hoofdstukken laat versloffen.
Het grotere plaatje
Overzicht houden gaat overigens niet alleen om praktische organisatie. Het gaat om het bewaken van de samenhang van je boek. Om ervoor te zorgen dat elk hoofdstuk een reden heeft om te bestaan, dat je verhaal of betoog ergens naartoe gaat, dat je lezer niet verdwaalt.
Het is makkelijk om zo op te gaan in het schrijven van individuele stukken dat je het grotere plaatje uit het oog verliest. Een goed overzichtssysteem dwingt je om af en toe uit te zoomen. Om je boek te bekijken als geheel, niet als een verzameling losse onderdelen.
En ja, het kost tijd. Tijd die je ook had kunnen besteden aan schrijven. Maar het is een investering die zich terugbetaalt in minder zoekwerk, minder gaten in je tekst, minder frustratie. Kortom, een beter boek en een blijere schrijver :-)



Hallo Aishia, het probleem dat je aansnijdt: door de verhaalproblemen het verhaal niet meer zien” heb ik ook gehad. Bij het schrijven ging ik van het ene blok tekst naar het andere. Het ene probleem werd gevolgd door het andere (wat eigenlijk niets met het eerste te maken had. Zo ging ik van de ene naar het andere alinea. Ik zag het verband niet meer. Om uit de chaos te komen heb ik tekstblokken die bij elkaar horen een titel gegeven. En door middel van “verwijzingen “ een “inhoud” samengesteld. Dit heeft mij weer overzicht gegeven.
Bedankt voor jewijze lessen.
Met vriendelijke groet,
Ferry Kwee