Goed, non-fictie dus. Voor mij ook een heel nieuwe tak van sport. Op papier lijkt het simpel: fictie is verzonnen, non-fictie is gebaseerd op de werkelijkheid. Maar als schrijver merk je al snel dat het niet zo zwart-wit is. In fictie draait het om lezers meeslepen in een verzonnen wereld met personages uit jouw verbeelding. Je roept vragen op, stelt antwoorden uit en zet de werkelijkheid naar je hand om het verhaal zo sterk mogelijk te maken. Maar vaak genoeg vindt ook fictie toch zijn oorsprong in daadwerkelijk gebeurde feiten uit het leven van de schrijver en vertonen personages opvallende overeenkomsten met mensen die de schrijver kent. Bij non-fictie begin je bij feiten, gebeurtenissen en/ of bestaande personen. Tegelijkertijd moet je die feiten zo presenteren dat je lezer niet afhaakt. Je maakt er een verhaal van in plaats van een opsomming van gebeurtenissen. En ja, daarvoor verzin je er toch soms iets bij; bijvoorbeeld de dialoog tussen een koopman uit de zestiende eeuw en zijn dochter. Want wie weet wat zij precies tegen elkaar zeiden die dag?
Super interessant! Ik heb de stap de andere richting op gedaan en verval nog vaak in het informeren van mijn lezers. :)
Dat kan ik me voorstellen!