Wanneer is je eerste versie af?
Afgelopen week leverde ik de complete eerste versie van mijn non-fictie boek in bij mijn uitgever.
En, zoals altijd, verwonderde ik me over het feit dat het gelukt is: op 19 november vorig jaar schreef ik de eerste 2.812 woorden (om precies te zijn…) en inmiddels telt het manuscript 58.647 woorden.
Hiervan zal vast een deel geschrapt worden, herschreven, hele zinnen of alinea’s zullen slecht geschreven zijn, misschien moet er wel een heel hoofdstuk uit - maar ik heb het mooi wel gedaan. In minder dan vijf maanden tijd.
Bedenk wel: schrijven is mijn werk. Als je schrijft náást je werk, zul je dit tempo waarschijnlijk niet halen. Maar: onderschat vooral ook niet wat je in enkele maanden wél voor elkaar kunt krijgen.
Als je er maar tijd voor maakt, simpelweg gaat zitten schrijven én - dit is een belangrijke eis - als je je innerlijke criticus tijdelijk de mond snoert.
Maar wanneer is een eerste versie eigenlijk “af”?
Het moment waarop alles staat
Er komt een moment waarop je manuscript een bepaalde omvang heeft gekregen. Voor je gevoel staat het verhaal. Je hebt gezegd wat je wilde zeggen. Maar: is dat het dan? Is het goed genoeg voor een eerste versie? En vooral: is het klaar om in te sturen?
Je eerste versie is - in de basis - af als het verhaal een begin, een midden en een einde heeft. Alle verhaallijnen zijn afgerond. De personages die een rol spelen doen dat ook echt, ze hangen er niet een beetje bij. Je hebt niets meer toe te voegen. Klaar.
Hetzelfde geldt, in grote lijnen, wanneer je non-fictie schrijft. Alles staat op zijn plek (voor nu) en je hebt niets meer te vertellen.
Maar dan, is dit dan een eerste versie die je in kunt leveren?
Nou, nee.
De - belangrijke! - volgende stap
Laat je manuscript nu eerst even liggen. Een week, twee weken, of langer als dat kan. Je kijkt er daarna namelijk met net iets andere ogen naar. Dingen die je in de ban van het schrijven voor lief nam, vallen je nu op. Een personage dat halverwege van karakter verandert. Een scène die eigenlijk nergens toe dient. Een einde dat je te snel hebt afgeraffeld. Pas dit aan, maak je manuscript beter.
Vervolgens lees je het van begin tot eind, bij voorkeur op papier of in een ander lettertype dan je gewend bent. Dat klinkt misschien flauw, maar het helpt echt om je eigen tekst als buitenstaander te lezen.
Lees je manuscript bij voorkeur in één ruk uit, of anders zo snel mogelijk. Het is belangrijk om niet te veel tijd tussen leessessies te laten, omdat je anders het risico loopt dat je fouten in de opbouw, stijlbreuken, etc. over het hoofd ziet.
Dit is precies wat ik de afgelopen week deed. Met een lekkere kop koffie erbij :-)
Wanneer is het klaar om in te sturen?
Je manuscript is klaar als je zelf het gevoel hebt dat je er op dit moment niets beters van kunt maken. Niet: als het perfect is, want dat moment komt nooit. Wel: als je er achter staat. Als je echt gelooft dat dit het beste is wat je op dit moment kunt schrijven.
Let wel: er zijn dingen die je echt op orde moet hebben voordat je instuurt. Je manuscript moet zijn nagelezen op spelfouten en taalfouten. Laat dit eventueel door iemand anders doen, want je eigen fouten zie je na een tijdje niet meer.
Controleer ook of je opmaak klopt: een standaard lettertype (bijvoorbeeld Times New Roman), een normaal formaat (12) een normale regelafstand (1,5), paginanummering onderaan de pagina’s.
Een slordig manuscript loopt het risico niet gelezen te worden: uitgevers willen weten dat je in staat bent netjes te werken. Natuurlijk staat er vast nog ergens een spel- of tikfoutje. Dat is niet erg. Maar wanneer elke pagina bol staat van de tikfouten, is je manuscript eigenlijk al bij voorbaat kansloos.
En lees de inleverrichtlijnen van de uitgever goed door. Die worden vaker over het hoofd gezien dan je zou denken, en het is zonde als je manuscript daardoor ongelezen de prullenbak in gaat.
Tot slot, wanneer je dit allemaal gedaan hebt: stuur het in. De neiging om nóg een keer te herschrijven, nóg een keer te lezen, is begrijpelijk. Maar op een gegeven moment moet je loslaten. Dat is het moment waarop je eerste versie echt af is.
En denk maar niet dat het voor mij inmiddels appeltje-eitje is. Ook ik heb nog steeds stress en twijfels, bij elke eerste versie die ik instuur, zelfs al ken ik mijn redacteur inmiddels heel goed en vertrouw ik haar blind. Het blijft kwetsbaar, alsof je een stukje van jezelf ter beoordeling voorlegt aan iemand anders.
Maar: doe het toch maar!
En dan de volgende stap: Je manuscript insturen naar uitgevers. Hoe? Je leest het hier >




Ben benieuwd! Tipje van de sluier via sneak peek op de foto. Mooie manier van warm maken;)