Twee romans over keuzes en hun gevolgen: wat kun je leren van Dream State en Long Island?
Soms lees je twee boeken achter elkaar die, hoewel heel verschillend in aanpak, dezelfde snaar raken. Het overkwam mij de afgelopen tijd bij het lezen van Dream State van Eric Puchner en Long Island van Colm Tóibín.
Dit zijn allebei romans die je meeslepen in levens vol onuitgesproken verlangens, gemiste kansen en de vraag die iedereen zich ongetwijfeld wel eens stelt: wat als ik destijds anders had gekozen?
Het zijn boeken die je bijblijven. Niet vanwege spectaculaire plotwendingen of cliffhangers, maar omdat ze iets vangen wat moeilijk onder woorden te brengen is: hoe het voelt om terug te kijken op je leven en je af te vragen of je de juiste afslag hebt genomen.
Maar voor schrijvers zijn deze boeken natuurlijk niet alleen fijn leesvoer. Nee, hier valt van te leren!
Deze boeken laten namelijk ook zien hoe je als auteur grote thema’s kunt aanpakken zonder dat het zwaar of pretentieus wordt.
Ik vertel je graag wat deze twee romans - in mijn ogen - bijzonder maakt, én wat jij ervan kunt opsteken voor je eigen schrijfwerk. (Om dit zo effectief mogelijk te doen, ontkom ik niet aan een paar spoilers… Sorry!)
Dream State tipte ik (kort) al eerder, hier >
Waar gaan deze boeken over?
Dream State van Eric Puchner opent in 2004 met een bruiloft in het adembenemende berglandschap van Montana. Cece, een jonge vrouw vol dromen over de toekomst, staat op het punt te trouwen met Charlie, een ambitieuze arts met een glanzende carrière in het vooruitzicht. Charlie heeft zijn beste vriend uit zijn studententijd, Garrett, gevraagd om de huwelijksceremonie te leiden. Cece kan zich niemand voorstellen die minder geschikt is voor die taak. Garrett is nors en draagt duidelijk een heftig verleden met zich mee waar hij niet over praat.
Maar terwijl Cece de weken voor de bruiloft doorbrengt in het vakantiehuisje van Charlies ouders, gebeurt er iets onverwachts. Ze trekt op met Garrett, ze wandelen samen door de bossen, en langzaam begint zijn masker te scheuren. Ze ziet iets in hem wat haar raakt. En dan kantelt alles.
Wat volgt is een verhaal dat maar liefst vijftig jaar omspant, tot halverwege de 21e eeuw. We volgen niet alleen Cece, Charlie en Garrett, maar ook hun kinderen, die opgroeien in de schaduw van wat er die zomer is gebeurd.
Long Island van Colm Tóibín pakt het heel anders aan. Dit is - blijkbaar, maar dat ontdekte ik pas ná het lezen van dit boek - het langverwachte vervolg op zijn bestseller Brooklyn uit 2009. Wie dat boek heeft gelezen, kent Eilis Lacey al: de jonge Ierse vrouw die in de jaren vijftig emigreert naar Amerika, verscheurd tussen twee werelden en twee mannen.
In Long Island treffen we Eilis twintig jaar later. Het zijn de jaren zeventig. Ze woont in een buitenwijk van New York, is getrouwd met Tony Fiorello, de Italiaans-Amerikaanse man voor wie ze destijds koos, en ze hebben twee tienerkinderen. In de huizen rondom dat van het gezin woont Tony’s familie. Het leven ziet er van buitenaf prima uit. Comfortabel. Maar ook erg voorspelbaar.
En dan staat er op een ochtend een man op haar stoep. Hij heeft een boodschap die haar wereld op zijn kop zet: zijn echtgenote is zwanger van Tony. De man is niet van plan om voor dat kind te zorgen. Dat is, volgens hem, Eilis’ probleem. Maar Eilis wil het kind van haar man en een andere vrouw ook niet in huis hebben.
Wat volgt is een reis, letterlijk en figuurlijk. Eilis keert voor het eerst in jaren terug naar Ierland, naar het kleine stadje Enniscorthy waar ze opgroeide. Naar een leven dat ze achter zich dacht te hebben gelaten. En naar Jim, de man die ze destijds achterliet.
De kracht van tijdsprongen
Een van de dingen die beide romans zo effectief maakt, is hoe ze omgaan met tijd. Puchner springt in Dream State soms tientallen jaren vooruit, van het ene hoofdstuk naar het andere. Het ene moment zijn Cece, Charlie en Garrett nog jong, en plotseling zijn hun kinderen alweer tieners, dan twintigers, dan mensen van middelbare leeftijd die worstelen met hun eigen relaties en teleurstellingen.
Het bijzondere is dat dit niet verwarrend voelt. Puchner kiest precies de juiste momenten om te laten zien. Hij beschrijft niet elk jaar, elke verjaardag, elke kleine gebeurtenis. In plaats daarvan springt hij naar die momenten waarop er iets verschuift, waarop een beslissing wordt genomen die pas jaren later zijn volle gewicht krijgt.
Tóibín doet iets vergelijkbaars, zij het subtieler. Tussen Brooklyn en Long Island ligt een periode van twintig jaar. Hij vult die niet in met flashbacks of samenvattingen. In plaats daarvan druppelt het verleden langzaam de roman binnen, in herinneringen, in onuitgesproken spanningen, in de manier waarop personages naar elkaar kijken.
Voor ons als schrijvers is dit een belangrijke les. We hebben soms de neiging om álles te willen vertellen, om geen enkel jaar over te slaan uit angst dat de lezer iets mist. Maar het tegenovergestelde is waar. Door te selecteren - door bewust te kiezen welke momenten je laat zien en welke je overslaat - geef je je verhaal juist meer kracht. De lezer vult de gaten zelf in, en dat maakt het verhaal rijker.
Vraag jezelf eens af bij je eigen werk: welke scènes zijn écht cruciaal? En welke schrijf je alleen omdat je denkt dat je de gaten moet opvullen, niet omdat ze het verhaal vooruit helpen?
Personages die niet perfect zijn (en waarom dat werkt)
Cece verlaat haar verloofde op de dag van de bruiloft. Voor zijn beste vriend. Een vreselijke daad, natuurlijk. En toch begrijp je het als lezer. Puchner heeft zo zorgvuldig laten zien hoe Cece twijfelt, hoe ze iets voelt wat ze niet kan negeren, dat je haar keuze kunt volgen, ook al zou je zelf misschien anders handelen.
Hetzelfde geldt voor Eilis in Long Island. Ze is geen heldin in de klassieke zin. Ze is aarzelend, soms passief, laat dingen over zich heen komen. Tóibín laat haar fouten maken, en keuzes die niet per se ‘de juiste’ zijn. En juist dat maakt haar zo herkenbaar. Ze is geen personage uit een feelgoodfilm die altijd het goede doet. Ze is een mens.
Als schrijvers hebben we misschien iets te vaak de neiging om onze hoofdpersoon te perfect te maken. Te sympathiek, begripvol, moreel onberispelijk. Maar dat levert zelden interessante personages op. De beste personages zijn degenen die je begríjpt, ook als je het niet met ze eens bent. Die keuzes maken waar je van opkijkt, maar die je kunt volgen vanuit wie ze zijn.
Durf je personages dus toe te staan om egoïstisch te zijn, om te twijfelen, om ‘de verkeerde keuze’ te maken. Dit maakt hen menselijk, en daardoor geloofwaardig. Want waar lezers zich vooral mee verbonden voelen is niet perfectie, maar herkenbaarheid.
Locatie is meer dan decor
In Dream State is Montana meer dan de plek waar het verhaal zich afspeelt. De bergen, de meren, de uitgestrekte bossen: de omgeving is bijna een personage op zich. Puchner beschrijft het landschap met zoveel liefde en aandacht dat je het voor je ziet, dat je de geur van dennennaalden bijna ruikt en ook een duik zou willen nemen in het meer.
Maar hij doet nog iets slimmers. Naarmate het verhaal vordert en we de toekomst in bewegen, verandert dat landschap. De zomers worden heter, de bosbranden frequenter, de lucht zwaarder. Het idyllische Montana van het begin - het beeld van ongerepte natuur, van een plek waar je kunt ontsnappen aan de wereld - brokkelt langzaam af. En dat spiegelt precies wat er met de personages gebeurt: ook zij verliezen gaandeweg iets van hun onschuld, hun optimisme, hun geloof dat alles goed komt.
Tóibín pakt het anders aan, maar even effectief. Het kleine Ierse stadje Enniscorthy, waar Eilis opgroeide, is een plek vol herinneringen en verwachtingen. Iedereen kent elkaar, roddels verspreiden zich snel, het verleden laat je nooit helemaal los. Tegenover die benauwende intimiteit staat Long Island: ruimer, anoniemer, maar ook killer. De overbezorgde schoonfamilie die letterlijk naast Eilis woont, is een mooi gekozen metafoor voor hoe ingeklemd ze zich voelt in haar eigen leven.
Wat beide auteurs laten zien, is dat setting nooit neutraal is. De plek waar je je personages neerzet, vertelt de lezer iets over wie ze zijn, over wat ze willen, over wat hen tegenhoudt. Of geeft de lezer op zijn minst een bepaald gevoel mee. Of je dit als schrijver nu wilt of niet. Een verhaal dat zich afspeelt in een krap bovenhuis in Amsterdam voelt nou eenmaal anders dan een verhaal op een Zeeuws eiland. Niet beter of slechter, maar anders. Dus maak hier als schrijver gebruik van.
Denk bij je eigen werk eens na: waarom speelt dit verhaal zich hier af? Wat doet deze plek met mijn personages? En hoe kan ik de locatie gebruiken om mijn thema’s te versterken?
De kunst van het weglaten
Colm Tóibín staat bekend om zijn sobere, ingetogen stijl. Hij is niet het type schrijver dat grote emotionele uitbarstingen beschrijft, dat personages laat schreeuwen of huilen of ellenlange monologen laat afsteken. In plaats daarvan werkt hij met subtiliteit, met wat personages níet zeggen, met kleine gebaren en blikken die meer verraden dan woorden zouden kunnen.
In Long Island is er een scène waarin Eilis terugkeert naar Ierland en voor het eerst in jaren Jim weer ziet, de man die ze destijds heeft achtergelaten. Je zou verwachten dat dit een dramatisch moment is, vol confrontatie en emotie. Maar Tóibín houdt het klein. Een blik, een stilte, een gesprek over koetjes en kalfjes terwijl er zoveel onuitgesproken blijft. En juist die ingetogenheid maakt het zo aangrijpend. De lezer voelt wat er onder de oppervlakte borrelt, zonder dat het expliciet wordt gemaakt.
Dit is misschien wel een van de moeilijkste dingen om te leren als schrijver: vertrouwen op je lezer. We hebben de neiging om alles uit te leggen, om emoties te benoemen, om zeker te willen weten dat de boodschap overkomt. Maar soms is minder echt meer. Soms - of misschien zelfs: vaak - is een stilte veelzeggender dan een tirade.
Maar pas op: dit betekent natuurlijk niet dat je expres heel vaag moet zijn, of dat je nooit emoties mag beschrijven. Maar het betekent wel dat je kunt experimenteren met terughoudendheid. Probeer eens een emotionele scène te schrijven waarin het belangrijkste onuitgesproken blijft. Kijk wat er gebeurt als je de lezer ruimte geeft om zelf in te vullen.
Thema’s die blijven hangen
Wat Dream State en Long Island vooral verbindt, zijn de vragen die ze stellen. Beide boeken gaan over de keuzes die we maken, en de wegen die we wel of juist niet inslaan. Over de compromissen die we sluiten, met onszelf en met de mensen van wie we houden. Over de vraag of het gras groener is aan de overkant, en wat er gebeurt als je besluit om over het hek te klimmen.
Puchner voegt daar een laag aan toe die het boek extra urgent maakt: de klimaatcrisis als existentiële dreiging. Het is geen toevallige achtergrond. De manier waarop de wereld in Dream State langzaam onleefbaarder wordt, weerspiegelt als gezegd hoe de personages zelf worstelen met vergankelijkheid, met het besef dat niets blijft zoals het was.
Tóibín kiest voor iets intiemers. Zijn thema is eerder de last van het verleden, de onmogelijkheid om volledig opnieuw te beginnen. Eilis kan emigreren naar Amerika, een nieuw leven opbouwen, maar Ierland blijft aan haar trekken. De keuzes die ze als jonge vrouw heeft gemaakt, blijven haar achtervolgen.
Als schrijver is het waardevol om na te denken over wat jouw verhaal eigenlijk wil zeggen. Welke vragen stel je aan de lezer? Wat houdt jou bezig, en waarom denk je dat het ook anderen zal raken?
Welke motor heeft jouw verhaal nodig?
Dream State en Long Island zijn in bepaalde opzichten heel verschillende romans. Puchner schreef een breed opgezette familiesaga die zich uitstrekt over een halve eeuw, met een vleugje klimaatfictie en een cast van personages die we van jongs af aan tot op hoge leeftijd volgen. Tóibín kiest voor iets ‘kamermuziekachtigers’: een korter tijdsbestek, minder personages, meer focus op innerlijke roerselen dan op externe gebeurtenissen.
Maar wat ze delen, is een overtuiging die elk goed verhaal kenmerkt: het echte drama zit niet in explosies of schokkende plotwendingen. Het zit in de stille momenten waarop mensen keuzes maken. In de seconde voordat iemand ja of nee zegt. In de blik die net iets te lang duurt. En -terugkijkend - in de vraag of dit de juiste keuze was.
Welke motor heeft jouw verhaal nodig? Gaat het om de architectuur van een leven, met grote sprongen en lange schaduwen, zoals in Dream State? Of om het klein houden van het moment, waarbij het echte drama juist ontstaat door wat niet wordt uitgesproken, zoals in Long Island?
Ik zou zeggen: lees deze boeken en doe er je voordeel mee!
Dream State van Eric Puchner is verschenen in 2025 bij Ambo|Anthos, vertaald door Peter Abelsen.
Long Island van Colm Tóibín is in 2024 verschenen bij De Geus, vertaald door Nadia Ramer.





Wat een mooie lessen! De locatie gebruiken als meer dan een neutrale setting en de kunst van het weglaten: daar ga ik zeker mee experimenteren. Bedankt voor het delen!