De winnaar van de Schrijfplaats schrijfwedstrijd!
Een interview met de winnaar
Zoals ik in de vorige nieuwsbrief - waarin de top 3 bekend werd gemaakt - al schreef, waren er meer dan honderd inzendingen en ook dit jaar was het niveau hoog.
De verhalen die de top 3 haalden, vielen op omdat zij de jury raakten. En dat is niet gemakkelijk, in (minder dan) 600 woorden.
Zo was er de vrouw die opgeschrikt door vuurwerk een indringende tijd uit haar leven herbeleeft. Maar hoeveel last zij hier ook van heeft, toch durft ze er nauwelijks wat van te zeggen. In: Echo’s van februarivuur van Charlotte Dekker.
Een klein epos over een vader en zijn zoon, dat in al zijn particulariteit een universeel verhaal vertelt. Over nostalgie en de grootsheid van het kleine. In: Een epyllion van Michiel Verbruggen.
En een tuin die, geconfronteerd met zijn eindigheid, het heft in eigen hand neemt. Een verhaal met een verrassende verteller, uitgevoerd op een manier die werkt. In: Zesenvijftig zomers door Anke Kampschreur.
Wat de jury betreft hadden alle drie deze verhalen een goede kans om te winnen. Ze waren goed geschreven en brachten emotie teweeg, zonder hier opzichtig naar te hengelen. Deze drie verhalen lieten zich niet vergeten of wegdrukken, ondanks de concurrentie van meer dan honderd andere.
Voor één van deze verhalen gold dat nóg meer dan voor de andere twee.
De winnaar van de Schrijfplaats Schrijfwedstrijd 2025 is:
Echo’s van februarivuur van Charlotte Dekker.
In dit verhaal wordt bijzonder veel verteld, in slechts weinig woorden. Meer nog dan dat wat er staat, maakt dat wat er niet staat indruk. Er worden situaties geschetst, maar het merendeel van het invullen wordt aan de lezer overgelaten. Dit verraadt dat hier een schrijver aan het werk is die weet wat zij doet. Die haar woorden zorgvuldig kiest en vertrouwt op de impact ervan, zonder al te veel misbaar te maken.
Hieronder een paar zinnen uit het verhaal en wat je hiervan als schrijver kunt leren (maar lees het verhaal vooral integraal hieronder):
‘Het was vroeg in de middag, de lucht grauw van vocht.’ - schetst de sfeer.
‘De toon was zorgeloos, de vanzelfsprekendheid van iemand die nooit had hoeven schuilen.’ - draagt belangrijke informatie in zich. De lezer zal er niet aan twijfelen dat de hoofdpersoon wél heeft moeten schuilen.
‘Ze liep voorzichtig verder, met kleine stappen die ontstaan wanneer tijd zich in gewrichten nestelt.’ - is een prachtige manier om te zeggen dat het hier om een oude vrouw gaat.
‘De stem strak, de handen wit om het stuur geklemd.’ - maakt dat je als lezer de angst en de stress van de moeder voelt, zonder dat dit letterlijk benoemd wordt.
‘Ze hield haar pas in toen ze hem passeerde. “Het is nog geen december…,” zei ze zachtjes.’ - trekt de lezer dieper in het perspectief van de hoofdpersoon. Het voelt logisch dat ze dit eigenlijk niet hardop durft te zeggen.
“Ach mevrouw, gun ze hun lolletje. U bent toch ook jong geweest?” - de reactie van de man doet haast pijn aan de lezer, juist doordat je als lezer zo meegenomen bent in het perspectief van de vrouw.
Het verhaal begint met een knal, zodat het door de eindzin - ‘Achter haar stierf een laatste echo weg tussen de huizen’ - mooi rond is.
Na de bekendmaking van de top 3 heb ik alvast contact opgenomen met de winnaar, omdat ik haar graag wilde interviewen. Je leest haar antwoorden en het winnende verhaal hieronder.
Mijn felicitaties voor haar én voor de twee andere schrijvers van de top 3-verhalen, Michiel Verbruggen en Anke Kampschreur, die een speciale vermelding meer dan verdienen.
En nogmaals dank aan alle deelnemers!
Interview
Kun je jezelf kort voorstellen? Wie ben je en wat doe je in het dagelijks leven?
Ik ben Charlotte Dekker (56) en in het dagelijks leven werk ik als zelfstandig communicatieprofessional en dagvoorzitter. Taal vormt een rode draad in alles wat ik doe; of het nu gaat om zakelijke teksten of het presenteren van een evenement, alles draait om de juiste woorden en toon te vinden.
Wanneer ben je begonnen met schrijven? Herinner je je nog het eerste verhaal dat je schreef?
Eigenlijk schrijf ik al mijn hele leven, al was dat lange tijd vrijwel uitsluitend zakelijk. Ik studeerde communicatiekunde aan de faculteit Letteren in Groningen en werd van daaruit steeds verder het communicatievak ingetrokken. Opstellen waren op de middelbare school al mijn favoriete onderdeel; schrijven was toen al een natuurlijke uitlaatklep. Pas de afgelopen anderhalf jaar heb ik bewust ruimte gemaakt voor literaire teksten. Ik volgde cursussen proza en roman aan de Schrijversvakschool, want een roman schrijven staat bovenaan mijn bucketlist.
Vorig jaar deed je ook al mee aan de schrijfwedstrijd. Voor het eerst, schreef je in de begeleidende mail. Toen publiceerde ik geen shortlist, maar ik heb het teruggezocht: jij eindigde ook toen hoog, nét buiten de top 3. Heb je het idee dat je je schrijven sindsdien hebt verbeterd?
Absoluut. Ik ben veel consequenter gaan oefenen en leren, zowel door cursussen als door simpelweg vaker te schrijven. Ik geloof dat het bij schrijfvaardigheid hetzelfde werkt als bij het aanleren van bijvoorbeeld een nieuwe sport: je wordt beter door kilometers te maken. Daarnaast laat ik mijn werk regelmatig lezen door kritische vrienden en familieleden, wat enorm helpt. Het afgelopen jaar stond vooral in het teken van ‘Show, Don’t Tell’ want daarin had ik nog een hoop te verbeteren vond ik zelf; dat principe heb ik nu altijd top of mind.
Kun je iets vertellen over jouw verhaal? Hoe kwam je op het idee voor dit verhaal en wat hoopte je ermee over te brengen?
Het idee ontstond in oktober, toen het eerste vuurwerk alweer hoorbaar was. Wij hebben paarden, en zoals de meeste dieren worden die daar niet heel gelukkig van. Tegelijkertijd dacht ik aan mensen voor wie vuurwerk een nare lading heeft, zoals veteranen of slachtoffers uit oorlogsgebieden. Ik ben opgegroeid met de verhalen van mijn moeder, die als jong meisje de oorlog heeft meegemaakt. Dat verbond zich vanzelf in mijn hoofd: wat voor de één een feestje is, kan voor een ander angst en herinnering oproepen. Mijn verhaal is niet per se bedoeld als manifest, maar een uitnodiging om verder te kijken dan je eigen beleving.
Hoe voelt het om te winnen? Had je dit verwacht, en wat betekent deze erkenning voor jou als schrijver?
Het voelt fantastisch. Ik ben ongelooflijk trots en blij. De erkenning geeft me een enorme stimulans om verder te schrijven. Vorig jaar beëindigde ik een 25-jarig dienstverband om als zelfstandig communicatieprofessional verder te gaan, mede om meer tijd vrij te maken voor het schrijven van fictie. In de praktijk is dat nog zoeken tussen opdrachten en ambities, maar deze prijs voelt als een bevestiging dat mijn droom realistisch is, en dat mijn verhalen kwaliteit kunnen hebben.
Hoe combineer je schrijven met je andere verantwoordelijkheden? Heb je vaste schrijfrituelen of een specifieke routine?
Dat blijft een uitdaging. Mijn werk neemt veel tijd en aandacht in beslag, waardoor ik mijn literaire ambities (nog) niet veel ruimte geef. Daarom vind ik schrijfwedstrijden ideaal: ze bieden een thema, een deadline en een maximaal aantal tekens. Ik kan dan gericht gaan schrijven en mijn creativiteit kwijt. Een roman is een jarenproject, een kort verhaal is haalbaar. Schrijfwedstrijden helpen me in het ritme te blijven en houden me scherp.
Zijn er schrijvers, boeken of andere kunstvormen die jou als schrijver inspireren?
In het verleden las ik het werk van gevestigde auteurs als Jessica Durlacher en Renate Dorrestein; hun boeken hebben mijn beeld van wat sterke, indringende literatuur kan zijn gevormd. Recenter heb ik intens genoten van hedendaagse titels zoals Al het blauw van de hemel van Mélissa Da Costa, Citroeninkt van Maral Noshad Sharifi en Schemerleven van Jaap Robben. Boeken die zintuiglijk en beeldend schrijven, inspireren me enorm. Tijdens mijn cursussen vond ik het bovendien heel mooi om het werk van medecursisten te lezen; de diversiteit in stijl en verbeelding inspireert.
Wat zijn je ambities als schrijver? Heb je een droomproject of toekomstplannen, zoals een boek publiceren of een specifiek genre verkennen?
Mijn grote wens is het schrijven van een roman. Ik weet dat dat tijd en doorzettingsvermogen vraagt, maar die ambitie staat helder voor ogen.
Heb je een tip voor andere schrijvers die ook willen meedoen aan schrijfwedstrijden en/of hun schrijfvaardigheden willen verbeteren?
Zeker: meedoen. Schrijfwedstrijden zijn laagdrempelig en ze geven richting, speelruimte en deadlines. Lees veel, en zoek daarin naar wat jou raakt en inspireert. Blijf trouw aan je eigen stijl, maar probeer die te verbeteren. Kritische meelezers zijn goud waard, want feedback maakt je beter. En overweeg schrijfonderwijs: cursussen zijn intensief, maar enorm leerzaam. Uiteindelijk is de gouden regel: schrijf, schrijf, schrijf. En geniet daarvan!
Het winnende verhaal: Echo’s van februarivuur
Ze hoorde de knal pas toen haar borst er al op reageerde, alsof haar lichaam de reis naar vroeger eerder begon dan haar gedachten. Het was oktober, maar het dorp klonk alsof het jaar al ten einde liep. Overdag klonken harde knallen die tussen de huizen weerkaatsten, vlak en scherp als steenslag. Het was vroeg in de middag, de lucht grauw van vocht. Ze wilde oversteken, maar bleef staan. De boodschappentas trok aan haar arm, te zwaar eigenlijk, haar benen voelden moe. Ze dacht: misschien een straat verder, een omweg langs de beek, daar zal het rustiger zijn. Maar haar voeten bleven staan. Aan de overkant stond een groep jongens bij een huis, ze lachten luid en lieten rotjes knallen op straat. De rook trok dunne slierten langs de gevel. Een man kwam naar buiten, een grote sporttas over zijn schouder. Hij riep iets naar een van de jongens - zijn zoon, vermoedde ze - en lachte. De toon was zorgeloos, de vanzelfsprekendheid van iemand die nooit had hoeven schuilen. Ze liep voorzichtig verder, met kleine stappen die ontstaan wanneer tijd zich in gewrichten nestelt. Het bleef even stil, toen volgde weer een knal; zwaarder, met een echo die bleef hangen. Ze voelde het trillen onder haar ribben. De middag kantelde. Ze was weer zeven. Februari 1945. Ze fietste naast haar moeder, ze waren naar Apeldoorn geweest om eten te halen. De weg naar huis was nat en modderig, het stuur schokte onder haar handen bij elke kuil. In de berm lagen soldaten, half verscholen tussen struiken en sloot, terwijl hoog in de lucht vliegtuigen ronddraaiden, glinsterend in het bleke licht. Af en toe klonk het ratelen van schoten, ver weg maar scherp genoeg om haar schouders te doen verkrampen. “Doortrappen,” zei haar moeder resoluut, zonder om te kijken. De stem strak, de handen wit om het stuur geklemd. Ze had een sjaal om haar hoofd geknoopt, het uiteinde wapperde in de wind. Ze fietsten zwijgend verder, de kou deed haar ogen tranen. Weer thuis hing ze haar natte jas bij de kachel. De warmte bracht langzaam gevoel terug in haar handen en voeten. Toen kwam het geluid dat haar de rest van haar leven zou vergezellen. Eerst een fluit, toen een dreun, de vloer die kort oprees en weer zakte. Het servies rinkelde, het stof dwarrelde uit het plafond. Haar moeder had haar vastgeklemd, zo stevig dat het pijn deed. Even vroeg ze zich af of haar vader dit ook hoorde, waar hij op dat moment was en of hij veilig was. Ze kon niet weten dat deze middag een stilte zou achterlaten die anders was dan de stilte die ze al kende. Nu, zoveel jaren later, klonk er weer zo’n klap, een zware knal, vlak bij de hoek. Ze voelde haar hart overslaan. De jongens slaakten opgetogen kreten. De man stapte al bellend in zijn auto. Ze hield haar pas in toen ze hem passeerde. “Het is nog geen december…,” zei ze zachtjes. Hij keek geïrriteerd, de telefoon nog aan z’n oor. Zijn toon trof haar harder dan ze liet merken. “Ach mevrouw, gun ze hun lolletje. U bent toch ook jong geweest?” Ze knikte niet, maar keek even naar de rook die boven de straat bleef hangen. De geur van buskruit prikte in haar neus, vermengd met vocht en kou. Ze tilde haar tas wat hoger en liep verder. Achter haar stierf een laatste echo weg tussen de huizen.




Gefeliciteerd, een mooi verhaal dat me raakte en me aan mijn eigen familiegeschiedenis deed denken!
Van harte gefeliciteerd met een mooi verhaal!