Schrijven in de verkeerde volgorde
Je denkt misschien dat een verhaal ontstaat zoals het gelezen wordt: van begin naar eind, van eerste zin naar laatste punt. Zo beginnen veel schrijvers bij het maken van hun eerste boek. Bovenaan de pagina, hoofdstuk één, en dan maar zien waar het schip strandt.
Dit is begrijpelijk, maar lang niet altijd de slimste aanpak.
Want misschien worstel je wel met het begin, terwijl je het einde al scherp voor ogen hebt. Of je draagt al maanden een scène met je mee, vol energie, maar schrijft deze niet op omdat je er ‘nog niet aan toe bent’. Het kan logisch voelen om te wachten. Maar ondertussen verliest die scène langzaam zijn glans, of erger: jij verliest de zin om verder te schrijven.
Je bent niet de lezer
Een lezer moet een boek van voor naar achter lezen. Maar jij bent niet de lezer: jij bent de schrijver!
Jij kent je verhaal al. Je weet - in grote lijnen - wie de personages zijn, wat de spanning is, waar het naartoe gaat. De volgorde die voor een lezer essentieel is, is voor jou als schrijver soms juist een belemmering.
Filmmakers weten dit als geen ander. Opnames volgen vrijwel nooit de volgorde van het verhaal. Scènes worden gegroepeerd op locatie, op beschikbaarheid van acteurs, op licht. De samenhang ontstaat later, in de montagekamer. Het verhaal wordt chronologisch in elkaar gezet, maar zeker niet chronologisch gemaakt.
Als schrijver kun je hetzelfde doen. Schrijf de scène die nu het levendigst aanvoelt, ook als die pas op pagina tweehonderd thuishoort, of als je helemaal nog niet weet waar hij thuishoort. Schrijf het einde voordat je het midden hebt. Werk een dialoog uit terwijl de omringende hoofdstukken nog leeg zijn. Waarom niet?
Schrijf wat leeft
Schrijf je wat energie heeft, dan krijg jij ook energie. Je raakt vertrouwd met je personages op de plekken waar ze het meest tot leven komen, en dat gevoel neem je mee naar de stillere, moeilijkere stukken die je er later omheen schrijft.
Bovendien: door een scène uit het midden of het einde te schrijven, ontdek je wat het begin moet doen. Welke toon past? Wat moet er worden opgezet? Wat heeft de lezer nodig om mee te kunnen komen? Schrijvers die vastlopen op hun openingshoofdstuk verspillen soms maanden aan het polijsten van een begin waarvan ze eigenlijk nog niet weten wat het moet inleiden. Schrijf verder, keer dan terug. Het begin schrijft zich soms een stuk makkelijker als de rest er al is.
En nog iets: soms merk je terwijl je schrijft dat een scène toch anders moet. Je personages zeggen ineens andere dingen. De sfeer verschuift. Dat is geen probleem, gebruik dit. Je ontdekt iets over je verhaal wat je nog niet wist, en die ontdekkingen zijn waardevol, ongeacht waar ze uiteindelijk belanden. En zelfs als ze het uiteindelijke manuscript niet eens halen.
Probeer het
Schrijf drie scènes van je verhaal, ongeacht waar ze thuishoren. Los van elkaar, zonder verbindingen. Kijk daarna wat je ervan leert: wat ontbreekt er? Welke scène roept de volgende op? Wat wil je ineens weten?
Een manuscript hoeft geen keurig geordend document te zijn terwijl je eraan werkt. Dat komt allemaal later.



