De tweede zin
Over de eerste zin van een verhaal is al heel wat geschreven. Hij moet pakken, hij moet intrigeren, hij moet de lezer bij de kladden grijpen...
En het klopt, want een goede openingszin doet veel. Maar er is een zin die net zo belangrijk is en die bijna nooit dezelfde aandacht krijgt: de tweede.
Want wat doet die eerste zin nou eigenlijk? Hij levert je hooguit een paar seconden aandacht op, meer niet. Iemand pakt je boek van de stapel, leest die ene mooie zin en denkt: oké, en dan? Het is de tweede zin die daar antwoord op geeft. Dáár beslist de lezer, vaak zonder het zelf te merken, of hij doorgaat naar de derde.
En juist daar gaat het vaak mis. Ik zie het geregeld in manuscripten: een prachtige, zorgvuldig geslepen eerste zin. En dan zakt het in. De tweede zin legt uit wat de eerste al deed vermoeden. Of hij schakelt over op (droge) informatieverstrekking: hoe het personage heet, hoe oud zij is, waar of wanneer het verhaal zich afspeelt. De spanning die net was opgebouwd, de verwachtingen die zijn gewekt door die prachtige eerste zin, sijpelen er zo weer uit.
Een slechte tweede zin
Een voorbeeld. Stel, je begint met: ‘Ik heb altijd geweten dat ik mijn moeder zou begraven zonder een traan te laten.’ Een zin die vragen oproept, precies wat je wilt. Maar dan gaat het verder: ‘Mijn moeder, Agnes, was tweeënzestig en woonde al jaren in een rijtjeshuis in Almere.’
Tja. Weg spanning, weg verwachtingen. Hier stapt heel duidelijk de schrijver naar voren om een en ander uit te leggen. En dat is jammer. Naam, leeftijd, leefsituatie zijn allemaal elementen die zich er prima voor lenen om gaandeweg als confetti (maar dan natuurlijk íets subtieler) rondgestrooid te worden. Natuurlijk is het fijn als je de lezer over dit soort feiten niet te lang in onwetendheid houdt, maar het hoeft echt niet allemaal in de tweede zin.
Een goede tweede zin
Wat een goede tweede zin wél doet, is de eerste niet herhalen en niet verklaren, maar er nog een schepje bovenop doen. Hij houdt een vraag open. Hij laat de lezer iets dieper het verhaal in gaan, zonder alvast alle antwoorden weg te geven.
Let ook op het ritme. Een korte, harde openingszin vraagt vaak om iets anders erachter. Een langere, ietwat meanderende zin bijvoorbeeld, waarin de lezer even op adem komt. Of andersom natuurlijk. Twee even lange, even zware zinnen na elkaar gaan al gauw dreunen.
Twijfel je? Lees je zinnen hardop aan jezelf voor, dan hóór je of het lekker loopt.
Dit is ook een handige truc als je voor je gevoel al eindeloos hebt zitten schaven aan het begin van je verhaal en je nog steeds niet tevreden bent: lees alleen die eerste twee zinnen, los van de rest, hardop. Wil je na de tweede zin de derde lezen? Zo niet, dan ligt het misschien helemaal niet aan je eerste zin, maar aan wat erop volgt.
Twijfel je nog steeds? Laat een ander alleen de eerste twee zinnen lezen en stel de vraag: maakt dit nieuwsgierig? Wil je verder lezen?
‘Het lukt me niet goed om aan iets anders te denken. Steeds zie ik de witte voeten van Louis voor me.’
(de eerste twee zinnen uit Schemerleven van Jaap Robben)
De eerste versie
Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: de eerste versie van je manuscript is niet meer dan een manier om het verhaal vanuit je hoofd op het papier te krijgen. En als je je verhaal nog niet kant en klaar in je hoofd hebt - wat doorgaans het geval is - dan ‘ontdek’ je het al schrijvende. Logisch dat het dan niet direct perfect is.
Dat hoeft ook niet.
Dus nee, ook de openingszin en zijn opvolger hoef je niet meteen in je eerste versie goed te krijgen. Aan een begin schaaf je later, als het hele verhaal er staat en je weet waar het naartoe gaat. Maar ben je eenmaal zo ver dat het echte schaafwerk kan beginnen, geef die tweede zin dan net zoveel aandacht als de eerste. Niemand leest tenslotte door vanwege één mooie zin. Maar omdat de zin erna net zo nieuwsgierig maakt naar de volgende.
Feest!
Ik blijf in het thema van ‘de tweede’, want... mijn tweede kinderboek is verschenen!
Deel 2 in de meidenvoetbalserie Vol in de aanval! heet Samen sterk en is vanaf nu overal verkrijgbaar. Meer informatie vind je hier >
Wil je Schrijfplaats steunen, maar liever geen betaald abonnement nemen? Je helpt me enorm in mijn schrijverschap door een boek van mij te kopen. En als je zelf geen kinderboeken leest, dan ken je misschien iemand die je hier blij mee kunt maken :-)



