Schrijven tijdens een stedentrip
Terwijl je dit leest, loop ik door Parijs.
En ik weet nu, terwijl ik dit schrijf, al wat er dan gebeurt: ik zie meer dan thuis. Niet omdat Parijs mooier is dan mijn eigen woonplaats (of nou ja, misschien wel, maar los daarvan), maar juist omdat alles anders is dan thuis.
Verandering van omgeving: daar wordt je creatieve brein wakker van. En dat is precies waarom een stedentrip zo goed is voor je schrijven.
En het zit ’m juist in de kleine dingen. De geur van versgebakken brood bij het kleine bakkerijtje op de hoek. Een muurschildering. Een mooie boom. Thuis loop je hier langs, omdat je het al duizend keer hebt gezien. In een vreemde stad zíé je weer.
Je hoeft daar niet meteen een verhaal van te maken. Sterker nog: doe dat vooral niet. Neem gewoon een pen en een klein notitieboekje mee en schrijf zo nu en dan op wat je ziet. Het hoeft niets bijzonders te zijn. Een scène op een terras. Een stelletje dat een ijsje eet. De manier waarop het licht aan het eind van de dag op de gevels valt. Losse flarden, dat is genoeg.

Want die flarden zullen later goud waard blijken te zijn. Maanden na de reis, als je vastzit in een hoofdstuk en niet weet hoe je een scène tot leven moet wekken, blader je terug. En daar staat het: dat ene concrete detail dat je verzonnen wereld ineens echt maakt. Daar hoef je niets voor te verzinnen. Je hebt het al gezien, je hebt het al opgeschreven.
En het geeft niet dat wat jij hebt genoteerd in feite op een andere plek gebeurde dan daar waar je verhaal is gesitueerd. Vaak kun je het met een paar kleine wijzigingen naadloos laten passen in jouw verhaal.
Eén waarschuwing: laat het schrijven je stedentrip niet beheersen. Je bent er ook gewoon om te genieten, om te dwalen. Om te verdwalen. De beste aantekeningen komen als je brein eenmaal tot rust is. Als de beslommeringen van thuis even heel ver weg lijken. Dus pak die rust, en pak dan je notitieboekje.
Ik heb het mijne in elk geval bij me, in Parijs. Niet om mijn vrije dagen in werkdagen te veranderen, maar om de stad nog een beetje langer bij me te houden als ik weer thuis ben.
Schrijfoefening (voor de liefhebber)
Denk terug aan een plek waar je ooit bent geweest. Schrijf in tien zinnen op wat je je nog herinnert, maar alléén in concrete details. Geen ‘het was mooi’ of ‘het was gezellig’, maar: wat zag je, hoorde je, rook je? En als je het niet zo heel precies meer weet, probeer het je dan voor te stellen.
Schrijf vervolgens een korte scène, waarbij je zoveel mogelijk van de details gebruikt. De scène mag over alles gaan, maar laat de plek meer zijn dan alleen een decor.


