“Ik zou zo graag schrijven, maar ik heb er de tijd niet voor.”
Eerlijk: heb je dit wel eens gezegd? Je bent lang niet de enige. Zodra het druk wordt, sneuvelt het schrijven het eerst, en dat is logisch: het staat in niemands agenda (behalve misschien die van jou) en niemand is boos als je het overslaat.
Toch klopt er iets niet aan die zin. Volgens mij wachten we vooral op het verkeerde. Een lege zaterdag. Een vakantie die je geheel aan het schrijven kunt wijden, of dat ene weekend dat het huis stil is en je hoofd leeg. Zal je net zien: is het eindelijk een keer zo ver, komt er werkelijk níéts uit je handen.
En ondertussen verdwijnen er iedere week makkelijk tien kwartiertjes in je telefoon. Tijd waarvan je achteraf niet precies meer kunt terughalen wat je deed en of het nut had (meestal: nee).
Nou ga ik je geen ochtendritueel aanpraten waarbij je om vijf uur opstaat en bij kaarslicht je ziel leegschrijft. Dat werkt voor sommige mensen, maar voor de meesten van ons niet. Wat mij wél heeft geholpen is een stuk minder heldhaftig: zorgen dat beginnen zo min mogelijk moeite kost.
Want dáár zit het probleem met de korte stukjes tijd die je wel hebt: die lijken zinloos. Je hebt een kwartier, en je hebt tien minuten nodig om te bedenken waar je ook alweer gebleven was in je verhaal. Blijven er vijf minuten over om te schrijven, en het gevoel dat het toch nergens toe leidt.
Maar als je er nou eens een gewoonte van zou maken om elke dag een kwartier te schrijven? Je zou geen moeite hebben om te bedenken waar je ook alweer was gebleven, zodat je deze tijd ook echt nuttig kunt besteden.
Een kwartiertje maar! Dat past toch wel in ieders dag?
En deze manier van werken levert nog een gratis bonus op ook: door elke dag te schrijven, zit je zo in het verhaal, dat je niet langer alleen schrijft wanneer je schrijft. Op de fiets, tijdens de afwas, onderweg naar de supermarkt, op al dat soort momenten zul je je ineens realiseren dat je verhaal zich verder vormt in je hoofd. En ja, als je dan eenmaal gaat zitten, stromen de woorden zo op het papier. (Nee, niet elke keer, maar je zult merken dat dit best vaak wél zo gaat!)
En dan nu het sommetje waar ik zelf nooit op uitgekeken raak. Zeg dat je in een kwartier zo’n tweehonderdvijftig woorden schrijft (in mijn ervaring lukt dat meestal wel, zolang je niet gaat schaven en gewoon lekker door schrijft). In een jaar is dat ruim negentigduizend woorden. Een complete eerste versie van je boek dus, bij elkaar geschreven in de restjes van je dagen.
En lukt het een dag écht niet? Wees gerust, je hersenen werken op de achtergrond door, zolang je maar regelmatig schrijft.
De uitdaging voor deze week: kies één moment dat toch al vastligt in je dag — tijdens je eerste koffie of je lunchpauze, vlak voor het avondeten, in de trein — en schrijf een week lang op ditzelfde moment. Het hoeft niet per se een kwartier te zijn, maar maak het vooral niet te groot, want dan komt het er misschien niet van. Geef jezelf ook geen opdrachten mee, geen ‘verplicht’ woordaantal, geen doel. Alleen schrijven, elke dag, op datzelfde moment.
Het zal even wennen zijn, maar wees niet verbaasd als je al snel merkt dat je er plezier in krijgt. Want daar draait het uiteindelijk toch allemaal om: plezier!


