Het juiste perspectief bepalen
Het is een vraag die ik regelmatig krijg: wat is het juiste perspectief voor mijn verhaal?
Het is een belangrijke vraag, want het maakt nogal uit wie het verhaal vertelt, door wiens ogen de lezer de gebeurtenissen volgt. Het bepaalt mede wat de lezer weet, wat verborgen blijft en hoe dichtbij het verhaal komt.
Maar het is ook een vraag die ik niet zomaar voor een ander kan beantwoorden. Er is namelijk geen goed of fout. Er is wel degelijk een perspectief dat het best bij jouw verhaal past. Maar jij, als schrijver, kunt dit het best bepalen.
De drie meest gebruikte opties
Het helpt natuurlijk om te weten waar je uit kunt kiezen en wat de gevolgen van die keuze zouden kunnen zijn:
Het ik-perspectief. De lezer kruipt volledig in het hoofd van je verteller. “Ik zag hem staan en wist meteen: hier klopt iets niet.” Dit perspectief geeft instant intimiteit. De lezer leeft mee met één iemand en ziet de wereld door diens ogen. Alsof een goede vriend heel gedetailleerd vertelt over wat hij meemaakt. Maar het beperkt ook: de lezer weet alleen wat jouw ik-figuur weet, ziet alleen wat zij ziet. Gebeurt er iets belangrijks in een andere kamer? Dat kun je eigenlijk niet via dit perspectief kwijt, tenzij je kunstgrepen toepast.
Het personale perspectief. Je schrijft in de hij-, zij- of die-vorm, maar blijft dicht bij één personage: “Nour zag hem staan en wist meteen: hier klopt iets niet.” Bijna net zo dichtbij als het ik-perspectief, maar met iets meer bewegingsruimte. Je kunt bijvoorbeeld net iets makkelijker per hoofdstuk wisselen van personage, zodat de lezer méér weet dan elk personage afzonderlijk. Veel hedendaagse romans gebruiken deze vorm, en niet voor niets: het is het beste van twee werelden.
De alwetende verteller. Dit is als het ware een stem die boven het verhaal zweeft en in íeder hoofd kan kijken. “Nour zag hem staan en wist meteen: hier klopt iets niet.” En vervolgens: “Tiago herkende Nour nauwelijks.” Dit perspectief geeft heerlijk veel overzicht. Maar pas op: omdat de verteller alles weet, is het verleidelijk om ook alles te vertellen - en dan blijft er weinig te raden over. Het kan bovendien afstandelijk aanvoelen, alsof je als lezer het verhaal door een raam bekijkt.
Voor de volledigheid noem ik hier ook nog een vierde optie: de tweede persoon enkelvoud. (“Je zag hem staan en wist meteen: hier klopt iets niet.”) Dit perspectief wordt niet vaak gebruikt en naar mijn mening niet voor niets: het voelt voor een lezer voortdurend alsof hij zelf wordt aangesproken door de schrijver, wat het lezen van zo’n boek heel vervreemdend maakt.
Hoe kies je?
Stel jezelf een belangrijke vraag: hoeveel mag mijn lezer weten?
Schrijf je een verhaal dat drijft op een geheim van je hoofdpersoon, en wil je dat de lezer hiernaar moet raden, dan is het ik-perspectief lastig: je verteller moet de hele tijd om dat geheim heen praten, en dat voelt al snel als gekunsteld, of zelfs als vals spelen. Kies dan liever voor een personaal perspectief.
Wil je juist dat de lezer met je hoofdpersoon meebeweegt, elke twijfel voelt, elke vergissing pas doorziet als zíj hem doorziet? Dan is dichtbij blijven juist een heel goed idee, en lijkt de eerste persoon een logischere keuze.
Wil je niet zozeer focussen op een persoon, maar bijvoorbeeld de beslommeringen van een heel dorp laten zien, dan doe je er misschien goed aan om voor een alwetende verteller te kiezen. De verteller zweeft dan als het ware boven alle dorpelingen en kan gebeurtenissen uitlichten voor de lezer.
Twijfel je nog? Probeer het gewoon!
Neem een scène in gedachten en schrijf deze twee keer: één keer in de ik-vorm, één keer personaal. En probeer als je zin hebt voor de grap ook eens de je-vorm. Je voelt het verschil vaak al na een halve pagina. De ene versie komt tot leven, de andere blijft een beetje op afstand staan. Voelt niet juist voor jouw verhaal.
Dit lijkt misschien verspilde moeite, maar het kan je heel veel opleveren. Want uiteindelijk doet het er echt toe dat jouw verhaal vanuit het ‘juiste’ perspectief wordt verteld.
Ben je al heel ver in je manuscript en twijfel je ineens? Niet getreurd, het is nooit te laat. Ik heb meerdere hoofdstukken van mijn romans, in verschillende fases van het schrijfproces, omgezet van eerste naar derde persoon enkelvoud, of andersom. Gewoon om te testen of ik nog steeds tevreden was over mijn keuze. Een handige tip hierbij is om een kopie te maken van je werk vóórdat je dit doet. Dit voorkomt dat je alles weer terug moet zetten als je concludeert dat je oorspronkelijk keuze toch echt beter was.
Schrijfoefening
Schrijf een scène waarin twee personages met elkaar in gesprek zijn. Eén van beiden verzwijgt iets. Schrijf de scène eerst vanuit degene met het geheim, daarna vanuit degene zonder. Deze persoon vraagt zich misschien wel af wat er speelt, maar durft dit niet rechtstreeks te vragen.
Let op wat dit verschil doet met jouw manier van schrijven. Welke versie is spannender? In welke versie ga je vanzelf meer tussen de regels schrijven?
Of neem het manuscript waar je aan werkt en probeer eens een ander perspectief uit. Wat doet dit met het verhaal? Werkt het, of juist helemaal niet? Het is bijzonder leerzaam om te ervaren wat een ander perspectief kan doen!


