Het zintuig dat we altijd vergeten
Pak eens een willekeurig hoofdstuk van je manuscript. Tel het aantal keren dat je beschrijft wat iemand ziet. Dan wat iemand hoort. Wat iemand voelt. En dan: wat iemand ruikt.
Meestal blijft die laatste teller op nul staan. En dat is eigenlijk best gek.
Geur staat dichter bij ons geheugen dan welk ander zintuig ook. Een geur omzeilt de hele logica van het herinneren en komt rechtstreeks binnen. En toch is het in fictie precies het zintuig dat we vaak vergeten. Zonde, want geur doet iets wat andere beschrijvingen minder goed kunnen: het zet je lezer niet naast de scène, maar er middenin.
Denk aan de keuken van je oma, of de bibliotheek op je oude basisschool. Waarschijnlijk zie je eerst een beeld, maar zodra je aan de geur denkt wordt de herinnering scherper. Boter, kruiden, stoffige boeken. Bij je hoofdpersoon werkt het precies zo. En bij je lezer werkt het nog sterker, omdat jouw geurdetail zijn eigen geheugen aanraakt.
Een paar manieren om geur natuurlijk in te zetten:
Voor tijd en plaats. Een station ruikt anders dan een woonkamer. Zomer ruikt anders dan november. In plaats van “het was een warme dag” werkt “het asfalt rook naar teer” veel sterker. Je leest het en je bént er. Dit geldt ook voor seizoenen: natte bladeren, schoorsteenrook, vers gemaaid gras: deze omschrijvingen roepen elk associaties met een ander jaargetijde op.
Voor spanning. Een personage dat ’s nachts, in het donker, haar eigen woonkamer binnenloopt en sigarettenrook ruikt terwijl onduidelijk is waar dit vandaan komt, roept direct spanning op. Hetzelfde werkt andersom: een huis dat heerlijk ruikt naar versgebakken brood, terwijl de lezer weet dat er iets mis is, zorgt voor onrust bij je lezer. Een dissonantie die de lezer voelt zonder dat jij hoeft uit te leggen waar die vandaan komt.
Voor relaties. Welke geur jouw personage aan een ander herinnert zegt iets over hun band. De geur van shag. Bepaalde zeep. Een parfum met de geur van seringen. Zulke details blijven hangen bij de lezer, op een manier waar een letterlijke beschrijving zelden aan kan tippen. Als je hoofdpersoon jaren later nog steeds deze parfum herkent en daarbij verstart, weet de lezer genoeg, zonder dat je één woord hoeft te besteden aan het gevoel dat hiermee samenhangt.
Maar let op: wees voorzichtig met te veel geuren tegelijk. Juist omdat in veel boeken geuren niet zo’n grote rol spelen, raakt de lezer hoogstwaarschijnlijk uit het verhaal, en misschien zelfs wel een beetje geërgerd als er op elke pagina met geuren gestrooid wordt. Dus kies zorgvuldig en overdrijf niet.
Tot slot een klein experiment om eens te proberen: Neem een scène die je al geschreven hebt en voeg een geur toe. Kijk wat dit doet. Het zal niet altijd iets wezenlijks toevoegen, maar je zult verbaasd zijn over die situaties waar het wél het verschil maakt. Alsof je een dimensie hebt toegevoegd, een diepere laag aanraakt. Dáár is het waardevol.



