Wie er meegaan in mijn koffer
Het is zomer, en méns wat heb ik de afgelopen periode hard gewerkt. Vrijdag leverde ik de laatste versie van mijn manuscript in, en gisterochtend vroeg vertrokken wij richting Italië.
Ik schrijf, zoals altijd, gewoon lekker door in de zomer. En dat moet dit keer ook wel: mijn nieuwe kinderboek staat gepland voor maart 2027 en er staat nog nauwelijks een woord op papier. Daarnaast heb ik mijn vaste columns te schrijven en de Schrijfplaats-nieuwsbrieven natuurlijk.
En binnenkort verschijnt er iets in mijn mailbox waar ik niet onderuit kan: de drukproef van mijn nieuwe non-fictie boek. Het is de allerlaatste correctieronde - de laatste kans om iets recht te zetten voordat het eind augustus naar de drukker gaat. Op 1 oktober ligt het in de winkel. Spannend!
Genoeg te doen dus deze zomer, maar ik heb mezelf beloofd nu eerst even terug te zakken naar een wat lager pitje.
Lekker zwemmen, languit liggen op een stretcher in de schaduw. Maar wel met een mooi boek natuurlijk!
Ik lees vooral op mijn e-reader, maar ik neem op vakantie ook altijd een paar fysieke boeken mee. Waaronder dit keer drie exemplaren van lieve collega-schrijvers, waar ik door al het schrijven van de afgelopen tijd helaas nog niet aan toe ben gekomen.
Deze boeken zijn voor mij extra bijzonder, omdat ik soms al iets over het schrijfproces hoorde. Twee van deze schrijvers zijn - net als ik - onderdeel van de Schrijverskring in Oegstgeest. En ja, daar delen we soms lief en leed met elkaar, vooral waar het op schrijven aankomt natuurlijk.
NVRLND — Valentijn de Heer
Een man reist op aanraden van zijn therapeut zonder zijn gezin naar Californië, op zoek naar het landgoed van een overleden popster: de fantasieplek uit zijn jeugd waar alles beter leek. Maar de poort zit dicht, zijn reis lijkt zinloos — tot hij verdwaalt in het natuurgebied eromheen. Daar vlecht De Heer een tweede verhaallijn doorheen: verdrongen herinneringen aan zijn grootvader, die ooit een vrolijke schlager schreef maar zweeg over zijn kampverleden. Wat mij als schrijver nieuwsgierig maakt, is precies dat vlechtwerk. Twee lijnen die elkaar opladen is knap lastig om goed te doen.
Vandaag is geen dag voor verraad — Robert Pollack
In een stadsziekenhuis zijn advocaat Werner en kunstschilder Rien veroordeeld tot elkaars gezelschap, allebei herstellend van een operatie. Dan breken buiten rellen uit die het begin van een revolutie blijken. Het hele boek zien we die omwenteling vanuit twee ziekenhuisbedden — via de dokter, het bezoek, de tv — en niemand die ze spreken is onpartijdig. Dit boek lijkt mij een mooie les in beperkt perspectief: je kunt een enorme gebeurtenis juist spannender maken door hem klein te houden. Wat je personage níét kan zien, doet het werk.
De tijdreiziger — Philip Dröge
Dröge reist de wereld over, van een klein Zweeds eiland via een tempel in India tot aan de Aboriginals in Australië, om iets ongrijpbaars te pakken te krijgen: tijd. Waarom is het om twaalf uur bijna nergens in Europa écht twaalf uur? Wat gebeurt er op de internationale datumgrens, de plek waar vandaag gisteren wordt? Voor iedereen die non-fictie schrijft is dit een studieobject (weet ik op basis van zijn eerdere boeken, zoals Moederstad): Dröge hangt zijn research op aan een reis, en dit is een structuur die werkt. Het maakt van feiten een verhaal dat je wilt blijven lezen.
Drie heel verschillende boeken, van drie heel verschillende collega’s. Welke zal ik als eerste lezen?
Ik wens je een fijne zomer, vol goede boeken en een hoofd dat gevuld raakt met nieuwe ideeën!
Wie gaan er bij jou mee in de koffer? Ik ben oprecht benieuwd! Boekentips zijn altijd welkom….



